ECLI:NL:CRVB:2006:AY9263
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-naleving inlichtingenplicht woonadres
Appellant ontving sinds 16 maart 1998 bijstand, met onderbrekingen wegens detentie. Het College trok de bijstand in per 1 november 2003 omdat appellant niet woonachtig was op het opgegeven adres, en vorderde kosten terug.
De Raad oordeelt dat appellant ook van 5 juni 2000 tot 1 oktober 2000 gedetineerd was, waardoor hij geen recht op bijstand had; dit was door de rechtbank niet onderkend en leidt tot vernietiging van dat deel van het besluit.
Verder is vastgesteld dat appellant onjuiste informatie gaf over zijn woonadres en niet op het opgegeven adres werd aangetroffen. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. Het College was bevoegd tot intrekking en terugvordering. De Raad bevestigt dit en veroordeelt het College in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd voor de detentieperiode, maar bevestigd voor de overige perioden wegens onjuiste woonadresgegevens.