ECLI:NL:CRVB:2006:AY9262
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij bijstandsaanvraag wegens schending inlichtingenverplichting
Verzoeker ontving tot maart 2004 bijstand en vroeg in maart 2005 opnieuw bijstand aan. Het College van burgemeester en wethouders van Heerlen wees de aanvraag af omdat verzoeker niet woonachtig was op het opgegeven adres en onvoldoende duidelijkheid gaf over zijn levensonderhoud tussen maart 2004 en maart 2005.
Verzoeker stelde dat hij zijn levensonderhoud financierde met leningen van bekenden en een casinowinst, maar kon dit niet met objectieve, verifieerbare gegevens onderbouwen. Ook gaf hij geen toelichting over een op zijn naam gestelde auto. De voorzieningenrechter oordeelde dat het College terecht de aanvraag afwees wegens schending van de wettelijke inlichtingenverplichting.
Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen het besluit, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat er geen spoedeisend belang was en de kans op een gunstiger resultaat gering was. De voorzieningenrechter wees ook een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens niet-naleving van de inlichtingenverplichting.