ECLI:NL:CRVB:2006:AY8876
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant ging in hoger beroep tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering, die eerder was toegekend op basis van 80-100% arbeidsongeschiktheid, met ingang van 17 augustus 2003 in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.
De Centrale Raad van Beroep toetste het bestreden besluit en onderschreef de overwegingen van de rechtbank Maastricht met betrekking tot de medische onderbouwing en de arbeidskundige component. Er waren geen nieuwe objectieve medische gegevens die twijfel konden zaaien over de vastgestelde functionele mogelijkheden van appellant op de datum van het besluit.
Appellant had verzocht om benoeming van een externe medische deskundige, mede vanwege hartklachten die sinds april 2004 bekend zijn, maar deze klachten waren niet relevant voor de situatie in 2003. De Raad oordeelde dat een externe deskundige niet nodig was.
Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd. Tevens werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.