ECLI:NL:CRVB:2006:AY8825
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld bij geschiktheid voor WAO-functies
Appellante werd per 12 augustus 2002 een WAO-uitkering geweigerd omdat zij geschikt werd geacht voor gangbare arbeid, waaronder functies als stikker, interieurverzorger en samensteller. Vanuit de WW-situatie meldde zij zich op 4 november 2002 ziek vanwege psychische klachten. Het UWV besloot op 15 januari 2003 dat zij geen recht had op ziekengeld volgens de Ziektewet. Dit besluit werd bij bezwaar en beroep bevestigd.
In hoger beroep stelde appellante dat de belastbaarheid onjuist was vastgesteld. De Raad overwoog dat het medisch oordeel van de verzekeringsarts werd bevestigd door een zorgvuldig onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts, die informatie betrok van de huisarts en psychiater. Appellante toonde een niet-coöperatieve houding en leverde geen aanvullende medische gegevens aan.
De Raad concludeerde dat appellante geschikt is voor ten minste één van de functies die in het kader van de WAO-beoordeling zijn vastgesteld. De ziekmelding werd niet geaccepteerd en het hoger beroep slaagde niet. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld aan appellante wegens geschiktheid voor WAO-functies.