ECLI:NL:CRVB:2006:AY8819
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens overschrijding beroepstermijn ondanks taalbarrière
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het intrekken van een toeslag door het UWV en vervolgens beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar. De Raad bevestigt dat het beroepschrift te laat is ingediend, aangezien de beroepstermijn van zes weken was verstreken.
Hoewel appellant stelde de Nederlandse taal niet machtig te zijn en vertraging te hebben ondervonden door postbezorging naar Turkije, oordeelt de Raad dat dit geen verschoonbare termijnoverschrijding oplevert. Appellant had het bestreden besluit tijdig kunnen laten vertalen en ruim drie weken resterende tijd om het beroepschrift binnen de termijn in te dienen.
De Raad concludeert dat appellant in verzuim is geweest en bevestigt de eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Er zijn geen omstandigheden die toepassing van artikel 8:75 Awb Pro rechtvaardigen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare omstandigheden.