ECLI:NL:CRVB:2006:AY8815
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-uitkering bij geschil over medische urenbeperking en arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als administratief medewerkster voor 30 uur per week, viel uit wegens chronische vermoeidheidsklachten. Na een initiële weigering kende het UWV haar een WAO-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35% vanaf 27 juni 2003. De rechtbank Alkmaar verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medische oordeel zorgvuldig was en de beperkingen voldoende waren gemotiveerd.
In hoger beroep betwistte appellante dit oordeel en overhandigde zij aanvullende brieven van een natuurgeneeskundige en huisarts. De Raad concludeerde echter dat deze brieven geen nieuwe medische informatie bevatten die aanleiding gaf tot twijfel aan het vastgestelde arbeidsongeschiktheidspercentage. De Raad sloot zich aan bij de overwegingen van de rechtbank dat appellante geschikt was voor de geselecteerde functies en bevestigde het besluit van het UWV.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen gronden waren om af te wijken van het medisch oordeel en de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid, en bevestigde daarmee de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante recht heeft op een WAO-uitkering van 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid vanaf 27 juni 2003.