ECLI:NL:CRVB:2006:AY8755
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van arbeidskundige grondslag bij WAO-uitkering en geschiktheid functies
Betrokkene, werkzaam als productiemedewerkster en aerobicslerares, viel uit wegens rug- en nekklachten na een aanrijding. Een belastbaarheidspatroon uit 2001 stelde beperkingen vast, waaronder tillen en werken onder tijdsdruk. Op basis hiervan werd haar arbeidsongeschiktheid op 35-45% gesteld. Na bezwaar en aanvullend arbeidskundig onderzoek werd dit percentage bevestigd, maar de rechtbank vernietigde het besluit wegens onvoldoende arbeidskundige motivering over de geschiktheid van bepaalde functies.
In hoger beroep stelde de Raad dat de medische component niet meer in geschil was en dat de arbeidskundige onderbouwing in de rapporten van de bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige voldoende was. De Raad concludeerde dat de functies van medewerker orderpickafdeling, printplatenmonteur, afbiester dekbedden en afwerker kunststofproducten medisch gezien geschikt zijn, ook na een inwerkperiode.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond. De WAO-uitkering van betrokkene is terecht berekend op een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en de WAO-uitkering van betrokkene is terecht vastgesteld op 35 tot 45% arbeidsongeschiktheid.