ECLI:NL:CRVB:2006:AY8697
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beslissing over wettelijke rente bij herziening WAO-dagloon en kostenveroordeling
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht over de toekenning van wettelijke rente aan betrokkene na herziening van zijn WAO-dagloon.
Betrokkene kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend met een vastgesteld dagloon. Na een verzoek tot herziening werd het dagloon verhoogd en volgden nabetalingen inclusief wettelijke rente. De rechtbank oordeelde dat de wettelijke rente vanaf 1 juli 1992 verschuldigd was, terwijl appellant dit betwistte en stelde dat betrokkene pas na afloop van de wettelijke beslistermijn rente moest vergoeden.
De Raad onderschreef het standpunt van appellant dat betrokkene geen beroep kon doen op het gelijkheidsbeginsel en bevestigde dat het bestreden besluit terecht was vernietigd, omdat appellant rente over rente had verzuimd toe te kennen. Het hoger beroep werd afgewezen, met de verplichting voor appellant een nieuw besluit te nemen en de proceskosten van betrokkene te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt afgewezen en het bestreden besluit vernietigd met de verplichting tot een nieuw besluit en betaling van proceskosten.