ECLI:NL:CRVB:2006:AY8631
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAO-uitkering wegens onjuiste medische beoordeling
Appellant, laatstelijk werkzaam als administrateur, viel uit wegens rugklachten en vroeg een WAO-uitkering aan. Het UWV weigerde deze omdat appellant de wachttijd van een jaar niet had voltooid en meende dat hij zijn werk gedurende hele dagen kon verrichten. Appellant voerde aan dat hij slechts vier uur per dag kon werken vanwege zijn klachten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep overlegde appellant medische stukken, waaronder een rapport van een neuroloog die aannemelijk achtte dat appellant niet meer dan 50% kon werken. Het UWV handhaafde haar standpunt op basis van eerdere verzekeringsartsrapporten.
Tijdens de zitting gaf een nieuwe bezwaarverzekeringsarts aan dat appellant niet in staat is het grootste deel van de werkdag te zitten, waardoor het eerdere standpunt niet langer houdbaar is. De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, verklaart het beroep gegrond en gelast het UWV een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tevens worden de proceskosten aan appellant toegekend.
Uitkomst: Het besluit van het UWV om de WAO-uitkering te weigeren wordt vernietigd en het UWV dient een nieuw besluit te nemen.