ECLI:NL:CRVB:2006:AY8571
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding in WWB-procedure
Appellant heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van de Raad van 21 maart 2006, waarin het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet tijdig indienen van het beroepschrift binnen de wettelijke termijn van zes weken.
De Raad heeft het onderzoek heropend en aanvullende informatie ingewonnen bij de rechtbank Utrecht. Uit de stukken blijkt dat de aangevallen uitspraak op 30 juni 2004 aangetekend is verzonden naar het adres van appellant en niet retour is gekomen. Appellant ontkende ontvangst, maar slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de post niet correct is verwerkt.
De termijn voor het instellen van hoger beroep begon derhalve op 1 juli 2004 en eindigde op 11 augustus 2004. Het beroepschrift werd pas op 9 november 2005 ontvangen, ruim na het verstrijken van de termijn. De Raad ziet geen reden om het verzuim te verontschuldigen en verklaart het verzet ongegrond. Een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep vindt niet plaats en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet-tijdige indiening van het beroepschrift.