ECLI:NL:CRVB:2006:AY8542
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over arbeidsongeschiktheid en Wajong-uitkering wegens onjuiste grondslag
Appellante, met een lichte verstandelijke handicap en een IQ van 56, was sinds haar 18e in het bezit van een Wajong-uitkering. Na het behalen van een diploma Helpende Welzijn werd haar belastbaarheid door het UWV herbeoordeeld en werd geconcludeerd dat zij niet langer arbeidsongeschikt was. Dit leidde tot beëindiging van haar uitkering.
Appellante stelde in hoger beroep dat haar ontwikkelingsachterstand en intellectuele beperkingen haar niet in staat stellen zelfstandig te functioneren in het vrije bedrijf zonder intensieve begeleiding. De neuropsychologische rapportage en haar eerdere ervaringen ondersteunen deze stelling. De Raad oordeelt dat de functies die het UWV aan haar toekende niet passend zijn omdat de noodzakelijke gespecialiseerde en continue begeleiding ontbreekt.
De Raad vernietigt daarom het besluit en de uitspraak van de rechtbank, en draagt het UWV op een nieuw besluit te nemen rekening houdend met de juiste beperkingen en begeleiding. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten en bepaalt vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot beëindiging van de Wajong-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.