ECLI:NL:CRVB:2006:AY8415
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van arbeidsrelatie en uitkeringsrechten bij werkzaamheden naast WW-uitkering
Appellant was sinds 1994 werkzaam bij de Technische Universiteit Delft en ontving vanaf 1 januari 2003 een WW-uitkering en een bovenwettelijke uitkering na eervol ontslag. In 2003 verrichtte hij daarnaast werkzaamheden bij de Stichting Transfergroep Rotterdam en het Instituut voor Sociale en Bedrijfswetenschappen B.V. (ISBW). Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) en de TU Delft stelden dat appellant deze werkzaamheden als freelancer verrichtte, waardoor zijn uitkeringen werden verminderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde de besluiten die de uitkeringen hadden herzien. Het hoger beroep richtte zich op de vraag of appellant als werknemer of freelancer werkzaam was bij de genoemde instellingen. De Raad concludeerde dat uit de arbeidsovereenkomsten en jaaropgaven blijkt dat appellant als werknemer in de zin van de WW werkte, en niet als freelancer.
Hierdoor berusten de bestreden besluiten op een onjuiste wettelijke grondslag en worden zij vernietigd. Uwv en TU Delft moeten opnieuw besluiten nemen met inachtneming van deze kwalificatie. De Raad veroordeelde beide partijen tot betaling van de proceskosten en bepaalde dat zij de helft van het griffierecht aan appellant vergoeden.
Uitkomst: De bestreden besluiten zijn vernietigd en Uwv en TU Delft moeten opnieuw beslissen met inachtneming van de kwalificatie van appellant als werknemer.