ECLI:NL:CRVB:2006:AY8275
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J.W. Schuttel
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van arbeidsongeschiktheidspercentage na rugklachten zonder wijziging gezondheidssituatie
Appellant, werkzaam als steigerbouwer, viel in maart 2001 uit wegens rugklachten. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) stelde zijn arbeidsongeschiktheid vast op 25 tot 35%. Appellant voerde bezwaar aan tegen deze besluiten, stellende dat hij volledig arbeidsongeschikt is en dat zijn fysieke belastbaarheid, met name het tillen, lager is dan aangenomen.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond. In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd bevestigd dat er geen wijziging in de gezondheidssituatie of arbeidsmogelijkheden was op de relevante data. De medische gegevens en verzekeringsgeneeskundige rapporten ondersteunen het oordeel van het Uwv. Appellant bracht geen aanvullende medische informatie aan.
De Raad oordeelde dat de door appellant gevolgde fysiotherapie geen belemmering vormt voor arbeid en dat de tilbelasting in de passende functies lager is dan medisch haalbaar. De aangevallen uitspraken werden bevestigd, waarbij geen aanleiding was voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant niet volledig arbeidsongeschikt is en handhaaft het arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35%.