ECLI:NL:CRVB:2006:AY8238
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid en besluitvorming bij AAW-uitkeringsaanvraag na vernietiging besluit op bezwaar
Betrokkene heeft op 8 maart 1997 een aanvraag ingediend voor een AAW-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Appellant weigerde deze uitkering bij besluit van 15 augustus 1997, waarop betrokkene bezwaar maakte. Dit bezwaar werd door appellant ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene tegen dit besluit ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak en beval appellant tot doorzending van gegevens aan de uitvoeringsinstelling USZO.
Vervolgens ontstond discussie over de bevoegdheid en het juiste bestuursorgaan om te beslissen over de aanvraag, mede vanwege de complexiteit rondom de Algemene Burgerlijke Pensioenwet (ABPw) en de AAW. De Stichting Pensioenfonds ABP was niet bevoegd om te beslissen over de aanvraag, en het primaire besluit was niet herroepen na vernietiging van het besluit op bezwaar. De rechtbank oordeelde dat nog niet op de aanvraag was beslist, maar de Raad stelde dat dit oordeel onjuist was en dat appellant gehouden was een nieuw besluit op bezwaar te nemen.
De Raad benadrukte dat het systeem van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vereist dat bij vernietiging van het besluit op bezwaar zonder herroeping van het primaire besluit, het bestuursorgaan alsnog een nieuw besluit op bezwaar moet nemen. Het bestreden besluit van appellant was in strijd met artikel 7:11, eerste lid, Awb. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank met de verbetering dat appellant een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Appellant dient een nieuw besluit op bezwaar te nemen over de AAW-uitkeringsaanvraag van betrokkene.