ECLI:NL:CRVB:2006:AY8222
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering vergoeding wettelijke rente na terugwerkende verhoging WW-dagloon
Betrokkene ontving vanaf 3 januari 1994 een WW-uitkering. Na een verzoek tot herziening werd het WW-dagloon met terugwerkende kracht verhoogd per 16 mei 2002. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) weigerde echter wettelijke rente te vergoeden over de nabetaling, een besluit dat bij bezwaar werd gehandhaafd.
De rechtbank Maastricht oordeelde dat appellant ten onrechte de wettelijke rente had geweigerd en verklaarde het besluit onrechtmatig, met ingang van 1 april 1994.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dat het besluit van 1 maart 1994 onrechtmatig was, maar stelt dat de rechtbank de vernietiging van het besluit op onjuiste gronden baseerde. Het hoger beroep van appellant wordt daarom afgewezen, met de verplichting een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van betrokkene. Tevens wordt appellant veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en appellant moet een nieuw besluit nemen en proceskosten betalen.