ECLI:NL:CRVB:2006:AY8042
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- H.G. Rottier
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering in te trekken per 17 februari 2003, omdat hij volgens het UWV minder dan 15% arbeidsongeschikt was. De rechtbank Assen heeft dit besluit in stand gelaten, waarbij zij zich kon verenigen met de aangescherpte belastbaarheid vastgesteld door de bezwaarverzekeringsarts.
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn belastbaarheid werd overschat en overhandigde medische rapporten van een plastisch chirurg en een psychiater. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat deze rapporten onvoldoende aanleiding boden om het oordeel van het UWV te wijzigen. De Raad onderschreef de rechtbank in haar oordeel dat appellant geschikt is voor de geselecteerde functies, waarbij rekening is gehouden met zijn beperkte handbelasting door het verlies van een wijsvinger.
Ook het beroep op taalvaardigheid werd verworpen, mede op basis van eerdere jurisprudentie. De Raad vond geen gronden om het bestreden besluit te vernietigen en bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank. Er was geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt is en geschikt voor de geselecteerde functies.