ECLI:NL:CRVB:2006:AY8034
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering AAW-uitkering wegens niet voldoen aan inkomenseis
Appellant, die sinds 1987 in Nederland verblijft en sinds 1990 tekenen van schizofrenie vertoont, vroeg in 2002 een AAW-uitkering aan met als eerste arbeidsongeschiktheidsdag 13 juni 1990. Het UWV weigerde de uitkering omdat appellant in het jaar voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid geen inkomen had en niet onder de uitzonderingen viel. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant onvoldoende bewijs leverde dat hij ten minste 19 uur per week studeerde.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen over studieactiviteiten bij de Turkse Anadolu Universiteit en een intensieve cursus Nederlands, maar kon hij niet overtuigend aantonen dat hij aan de studie-urenvereiste voldeed. De Raad overwoog dat het ontbreken van bewijs mede aan appellant te wijten is vanwege de late aanvraag, meer dan 12 jaar na het intreden van de arbeidsongeschiktheid.
De Centrale Raad van Beroep zag geen aanleiding om af te wijken van de eerdere uitspraak en bevestigde de weigering van de AAW-uitkering. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 5 september 2006.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de AAW-uitkering wegens niet voldoen aan de inkomenseis.