ECLI:NL:CRVB:2006:AY7735
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WW-uitkering wegens onjuist aantal arbeidsuren
Appellant, sinds 1997 docent, kreeg per 1 september 2004 minder lesuren vanwege terugloop van leerlingen. Hij vroeg een WW-uitkering aan wegens urenverlies. Het UWV weigerde deze uitkering omdat volgens hen appellant minder dan vijf arbeidsuren per week had verloren, een vereiste volgens artikel 16 van Pro de WW.
De rechtbank bevestigde dit standpunt, waarbij werd aangenomen dat 1 lesuur gelijk is aan 1,33 arbeidsuren en appellant slechts 1,4 arbeidsuren per week was verloren. Appellant betwistte dit in hoger beroep en stelde dat hij slechts 17 lesuren werkte, wat neerkomt op 22,61 arbeidsuren, en daarmee meer dan vijf arbeidsuren was verloren.
De Raad oordeelde dat het UWV onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte door niet adequaat rekening te houden met een verklaring van de werkgever dat appellant 17 lesuren per week had. Hierdoor was het besluit onvoldoende onderbouwd en werd het vernietigd. Het UWV moet een nieuw besluit nemen rekening houdend met deze feiten.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant, inclusief griffierechten en reiskosten.
Uitkomst: Het besluit van het UWV om de WW-uitkering te weigeren wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.