ECLI:NL:CRVB:2006:AY7084
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Herziening WW-uitkering en terugvordering wegens zelfstandige werkzaamheden naast dienstbetrekking
Appellant kreeg een WW-uitkering toegekend op basis van een gemiddeld aantal arbeidsuren van 40,75 per week. Het UWV stelde later vast dat appellant naast zijn dienstbetrekking ook zelfstandige werkzaamheden verrichtte, waarvan hij geen melding had gemaakt. Op grond hiervan werd de WW-uitkering ingetrokken en onverschuldigd betaalde uitkering teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, uitgaande van een verlies van werknemerschap voor 36 uur per week, waardoor geen relevant arbeidsurenverlies zou zijn. Appellant stelde in hoger beroep dat hij ook al vóór zijn werkloosheid hand- en spandiensten verrichtte en dat het arbeidsurenverlies daardoor kleiner was.
De Raad oordeelde dat het UWV het beleid hanteert waarbij niet-verzekeringsplichtige arbeid die al vóór het arbeidsurenverlies werd verricht, pas leidt tot beëindiging van de uitkering als deze wordt uitgebreid. Appellant had zijn zelfstandige werkzaamheden uitgebreid van 10 naar 36 uur per week, wat leidt tot gedeeltelijke beëindiging van de uitkering.
De Raad vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat het UWV opnieuw op het bezwaar moet beslissen, met inachtneming van de bevindingen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WW-uitkering en terugvordering wordt vernietigd en het UWV moet opnieuw beslissen.