ECLI:NL:CRVB:2006:AY6877
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- M. Renden
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding kosten plastisch-chirurgische behandeling na gewichtsverlies
Appellante heeft na een maagverkleiningsoperatie aanzienlijke gewichtsafname ervaren, wat resulteerde in hangende borsten en overtollige huid aan de benen. Zij verzocht vergoeding voor een mammareductie en mediale dijlift, welke door CZ werd afgewezen omdat niet voldaan werd aan de criteria van de Regeling medisch-specialistische zorg Ziekenfondswet.
De Commissie Verstrekkingengeschillen en de rechtbank verklaarden het bezwaar en beroep ongegrond, stellende dat er geen sprake was van lichamelijke functiestoornissen of verminking zoals vereist. In hoger beroep voerde appellante aan dat het ging om een voortgezette behandeling, maar de Raad oordeelde dat de ingrepen niet gericht waren op het beoogde resultaat van de maagverkleining.
De Raad baseerde zich op medische adviezen en rapporten, waaronder die van medisch adviseurs van CZ en de plastisch chirurg, waarin werd vastgesteld dat er geen sprake was van smetten, huidirritaties of andere lichamelijke functiestoornissen. Foto’s van appellante konden dit oordeel niet wijzigen.
Daarom bevestigde de Centrale Raad van Beroep het eerdere besluit van CZ en wees de vergoeding af. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van vergoeding voor plastisch-chirurgische ingrepen wegens het ontbreken van aantoonbare lichamelijke functiestoornissen of verminking.