ECLI:NL:CRVB:2006:AY6616
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellant ontving vanaf 30 maart 2003 een bijstandsuitkering als alleenstaande. Het dagelijks bestuur vermoedde dat appellant samenwoonde met appellante en startte een onderzoek, waarbij observaties en getuigenverklaringen werden verzameld. Dit leidde tot het besluit de bijstand met ingang van 1 mei 2004 te blokkeren en het eerder toegekende bedrag van €12.640,73 terug te vorderen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant en appellante gedurende de gehele periode van 30 maart 2003 tot en met 30 juni 2004 een gezamenlijke huishouding voerden, ondanks dat zij verschillende adressen hadden. Dit werd onderbouwd met het sociale recherche rapport, financiële documenten en andere aanwijzingen zoals een brief van de woningbouwstichting.
Omdat appellant de gezamenlijke huishouding niet had gemeld, schond hij zijn wettelijke inlichtingenverplichting. Het dagelijks bestuur was daarom bevoegd de bijstand in te trekken en de kosten terug te vorderen, ook mede van appellante. De Raad vond geen reden om de besluiten onredelijk te achten en bevestigde de aangevallen uitspraken van de rechtbank.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering worden bevestigd wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder melding.