ECLI:NL:CRVB:2006:AY6383
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Geen recht op toeslag op grond van de Toeslagenwet bij inkomen gelijk aan sociaal minimum
Appellant heeft op 30 april 2003 een toeslag aangevraagd op grond van de Toeslagenwet (TW). Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft bij besluit van 7 mei 2003, gehandhaafd op 5 augustus 2003, medegedeeld dat appellant geen recht heeft op een toeslag omdat zijn inkomen op 1 mei 2003 gelijk was aan 70% van het bruto minimumloon, het voor hem geldende sociaal minimum.
De rechtbank Rotterdam heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard. Appellant stelde dat zijn inkomen onder het sociaal minimum lag en dat hij daarom recht had op een toeslag. De Centrale Raad van Beroep volgt deze stelling niet en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
De Raad overweegt dat het recht op toeslag bestaat indien het inkomen lager is dan 70% van het minimumloon. Appellant was ongehuwd en had geen kinderen jonger dan 18 jaar in zijn huishouden, waardoor de norm 70% van het minimumloon per dag bedroeg. Zijn inkomen was echter precies gelijk aan deze grens, waardoor geen recht op toeslag bestaat.
De Raad ziet geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en bevestigt de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het Uwv om geen toeslag toe te kennen wordt bevestigd.