ECLI:NL:CRVB:2006:AY6123
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontzegging WW-uitkering en toekenning loongerelateerde uitkering zonder oude uitkeringsafspraak
Appellant was vanaf 15 maart 2002 gerechtigd tot een WW-uitkering. Na indiensttreding bij een nieuwe werkgever op 20 augustus 2003 en de ontbinding van die arbeidsovereenkomst per 1 juli 2004, werd hem door het UWV de WW-uitkering ontzegd tot 1 augustus 2004 en daarna een loongerelateerde uitkering toegekend.
Appellant stelde dat hij een afspraak had dat hij altijd kon terugvallen op zijn oude uitkeringsrecht, met name de hoogte van zijn WW-recht per 15 maart 2002. Deze afspraak kon hij echter niet aantonen, mede door het ontbreken van schriftelijk bewijs. De Raad oordeelde dat de door appellant aangevoerde e-mail en correspondentie van het reïntegratiebedrijf geen bindende toezeggingen van het UWV vormden.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Er is geen sprake van een in rechte te honoreren vertrouwen dat appellant zijn oude uitkering zou kunnen heropenen. Ook is geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de ontzegging van de WW-uitkering en wijst het beroep van appellant af wegens gebrek aan bewijs voor een afspraak over het oude uitkeringsrecht.