ECLI:NL:CRVB:2006:AY6091
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hersteldverklaring geen besluit in zin van Algemene wet bestuursrecht
Betrokkene meldde zich ziek met een vermeende allergie voor cement. Na onderzoek werd op 3 maart 2004 in onderling overleg vastgesteld dat betrokkene zich voldoende hersteld achtte om passende arbeid te verrichten, vastgelegd in een hersteldverklaring.
De moeder van betrokkene uitte bezorgdheid over deze verklaring en diende een brief in die door appellant als bezwaarschrift werd aangemerkt. Dit bezwaarschrift werd niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. De rechtbank vernietigde dit besluit, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de hersteldverklaring zelf geen besluit is in de zin van artikel 1:3 Awb Pro.
De Raad stelt dat de rechtsgevolgen pas door een later besluit tot weigering van ziekengeld worden veroorzaakt, niet door de hersteldverklaring zelf. Hierdoor is het eerdere vonnis vernietigd en het beroep ongegrond verklaard. Appellant dient alsnog inhoudelijk op de brief te reageren.
De Raad merkt verder op dat onduidelijkheid bestaat over welke arbeid betrokkene verrichtte en dat geen gronden aanwezig zijn voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de hersteldverklaring geen besluit is en verklaart het hoger beroep van appellant ongegrond.