ECLI:NL:CRVB:2006:AY6082
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlaging bijstandsuitkering wegens inwonende meerderjarige kinderen in toercaravan
De zaak betreft een hoger beroep van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Cranendonck tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch over de toepassing van een verlaging op de bijstandsuitkering van betrokkenen. Betrokkenen ontvangen een bijstandsuitkering volgens de gehuwdennorm. De gemeente had een verlaging van 10% toegepast wegens het feit dat een meerderjarig kind in hun woning verbleef, en later een verlaging van 15% vanaf 4 april 2005 omdat ook de vriendin van het kind in een naastgelegen toercaravan woonde.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de toercaravan niet als zelfstandige woning kan worden beschouwd omdat deze afhankelijk is van elementaire voorzieningen van de woonwagen en de schuur. De toercaravan en woonwagen worden als één woning gezien. De rechtbank had geoordeeld dat er geen sprake was van delen van de woning met anderen vanaf 26 maart 2005, maar de voorzieningenrechter oordeelt anders en bevestigt dat vanaf die datum sprake is van delen met één ander en vanaf 4 april 2005 met twee anderen.
De verlaging van de toeslag op de bijstandsuitkering is daarmee terecht toegepast conform de gemeentelijke verordening. De voorzieningenrechter vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wijst hij het verzoek om een voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De verlaging van de bijstandsnorm met 15% wegens het delen van de woning met twee anderen wordt bevestigd.