ECLI:NL:CRVB:2006:AY6064
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Vaststelling eerste werkloosheidsdag en recht op vervolguitkering WW
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Alkmaar inzake de vaststelling van haar eerste werkloosheidsdag en het recht op een vervolguitkering onder de Werkloosheidswet (WW).
Het UWV heeft in hoger beroep erkend dat de eerste werkloosheidsdag niet op 11 augustus 2003 maar op 1 augustus 2003 moet worden vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep acht deze vaststelling juist en vernietigt daarom het eerdere besluit van 19 februari 2004 en de aangevallen uitspraak van de rechtbank.
De Raad beveelt het UWV aan om een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante, inclusief de betaalde griffierechten.
Partijen waren niet aanwezig bij de zitting van 21 juni 2006, maar het geding kon worden afgedaan op basis van de ingediende stukken en de erkenning van het UWV.
Uitkomst: Het besluit van 19 februari 2004 wordt vernietigd en de eerste werkloosheidsdag wordt vastgesteld op 1 augustus 2003, met recht op vervolguitkering WW.