ECLI:NL:CRVB:2006:AY6034
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Herziening en vernietiging intrekking WAZ-uitkering wegens medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant, een zelfstandig aardbeienkweker, kreeg een WAZ-uitkering toegekend wegens knieklachten. Het UWV trok deze uitkering met ingang van 7 mei 2002 in na een herbeoordeling op basis van medische en arbeidskundige rapporten. Appellant stelde dat de beperkingen door zijn knieaandoening niet juist waren meegenomen, met name ten aanzien van zitten, knielen, kruipen en hurken.
De rechtbank oordeelde dat de vastgestelde belastbaarheid juist was en dat appellant in staat was de geduide functies te vervullen. Appellant stelde beroep in tegen deze uitspraak. In hoger beroep bevestigde de Raad dat het UWV het primaire besluit tot intrekking ten onrechte had genomen en vernietigde dit besluit. De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige grondslag van het gewijzigde besluit correct was en verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en wettelijke rente over de periode dat de uitkering ten onrechte niet werd betaald. De wettelijke rente werd vastgesteld vanaf 1 juni 2002 tot de dag van volledige betaling. De Raad wees tevens de vergoeding van gemaakte kosten voor deskundigenrapporten toe.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een correcte medische en arbeidskundige beoordeling bij het vaststellen van arbeidsongeschiktheid en de rechten van de uitkeringsgerechtigde bij onterechte intrekking van een uitkering.
Uitkomst: Het primaire besluit tot intrekking van de WAZ-uitkering wordt vernietigd en het beroep tegen het gewijzigde besluit ongegrond verklaard; het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente.