ECLI:NL:CRVB:2006:AY5676
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van uitspraak inzake afwijzing schadevergoeding wegens niet-onderzoek vervangende arbeid
Appellant heeft bij het UWV een claim ingediend voor schadevergoeding omdat hem in 1990/1991 ten onrechte ziekengeld is geweigerd en omdat het UWV destijds nagelaten zou hebben te onderzoeken of hij vervangende werkzaamheden kon verrichten bij zijn werkgever. Het UWV wees de verzoeken af, deels vanwege eerdere onherroepelijke besluiten en deels omdat de schadeclaim betrekking had op arbeidsrechtelijke gevolgen die niet voor vergoeding door het UWV in aanmerking komen.
De rechtbank Zutphen vernietigde de besluiten van het UWV en gaf het UWV opdracht een nieuw besluit te nemen. Het hoger beroep van appellant tegen deze uitspraak werd door de Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.
In het bestreden besluit verklaarde het UWV het bezwaar gegrond wegens een onjuiste grondslag, maar wees de verzoeken alsnog af op grond van eerdere besluiten en artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het verzoek tot schadevergoeding wegens het niet zoeken naar vervangende arbeid geen nieuw feit of veranderde omstandigheid bevat en dat het UWV terecht het bezwaar heeft afgewezen met verwijzing naar eerdere besluiten. Het beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het bestreden besluit en wijst het beroep van appellant af.