ECLI:NL:CRVB:2006:AY5588
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbaar werkloos worden na ontslag voor uitzendbaan
Appellant had zijn dienstverband bij een werkgever beëindigd om bij een uitzendbureau te gaan werken, waar hij minder dan zes maanden werkzaam was. Het UWV weigerde de WW-uitkering omdat appellant verwijtbaar werkloos werd geacht op grond van artikel 24 van Pro de WW. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad overwoog dat de keuze van appellant om zijn vaste dienstverband te beëindigen om een kortdurende uitzendbaan te aanvaarden lichtvaardig was en hem daarom verweten kon worden. De omstandigheden waaronder het eerdere dienstverband zou zijn beëindigd, de beweegredenen van appellant en het verhoogde werkloosheidsrisico werden meegewogen. De reden van appellant, dat hij door slechte openbaarvervoersverbindingen niet meer met een collega kon meerijden, vond de Raad onvoldoende om het vaste dienstverband op te zeggen.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht de WW-uitkering had geweigerd en dat er geen reden was om een lagere mate van verwijtbaarheid aan te nemen. Er werd ook geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbaar werkloos worden.