ECLI:NL:CRVB:2006:AY5555
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAZ-uitkering wegens hogere inkomsten dan maatmanloon
Appellant, directeur-grootaandeelhouder van meerdere vennootschappen, ontving sinds 1998 een WAZ-uitkering wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. Na onderzoek bleek dat zijn inkomsten uit arbeid vanaf 1998 hoger waren dan het maatmanloon, wat leidde tot intrekking van de uitkering met terugwerkende kracht en terugvordering van onverschuldigde betalingen.
Appellant voerde aan dat na verkoop van een dochtermaatschappij zijn inkomsten voornamelijk uit verhuur kwamen en dat het salaris niet volledig als arbeidsvergoeding kon worden gezien. Tevens beriep hij zich op het vertrouwensbeginsel omdat hij jarenlang uitkering ontving terwijl hij zijn loongegevens correct had doorgegeven.
De Raad oordeelde dat het UWV de inkomsten correct had vastgesteld en dat het salaris, ook al weerspiegelde het niet de reële arbeidsprestatie, terecht in aanmerking was genomen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel werd verworpen, mede omdat appellant redelijkerwijs had kunnen weten dat zijn inkomsten invloed hadden op de uitkering. De intrekking en terugvordering werden bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAZ-uitkering en de terugvordering van onverschuldigde betalingen.