ECLI:NL:CRVB:2006:AY5140
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening en terugvordering studiefinanciering bij wijziging ouderlijke bijdrage
In deze zaak stond de vraag centraal of de herziening en terugvordering van studiefinanciering door de Informatie Beheer Groep (appellante) rechtmatig was. Betrokkene had een aanvullende beurs ontvangen die later werd verlaagd vanwege een gewijzigde ouderlijke bijdrage, waardoor hij € 1.675,92 te veel had ontvangen. De rechtbank Alkmaar had eerder geoordeeld dat appellante een onjuist besluit had genomen en had appellante opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Appellante stelde in hoger beroep dat het niet relevant was of betrokkene redelijkerwijs kon begrijpen dat het recht op studiefinanciering onjuist was vastgesteld. Betrokkene verwees naar de eerdere uitspraak van de rechtbank die dit wel als relevant had aangemerkt. De Raad stelde vast dat appellante in beginsel uitvoering moet geven aan de uitspraak van de rechtbank, tenzij deze onuitvoerbaar is, wat hier niet het geval was.
De Raad bevestigde dat bij herziening van studiefinanciering met terugwerkende kracht het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel in acht moet worden genomen. Dit betekent dat herziening alleen kan plaatsvinden als betrokkene redelijkerwijs kon begrijpen dat het recht op studiefinanciering onjuist was vastgesteld. De uitspraak van de rechtbank werd daarom bekrachtigd en appellante werd verplicht het griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat herziening en terugvordering van studiefinanciering alleen rechtmatig is indien betrokkene redelijkerwijs kon begrijpen dat het recht onjuist was vastgesteld.