ECLI:NL:CRVB:2006:AY4874
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep inzake niet-ontvankelijkheid bezwaar arbeidsongeschiktheidsuitkering
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarin zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering werd herzien van 80-100% naar 45-55%. Het bezwaar werd eerst niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Later maakte appellant opnieuw bezwaar, dat eveneens niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk omdat het bezwaar niet ontvankelijk was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard. Volgens vaste jurisprudentie is een beslissing op een bezwaarschrift een besluit in de zin van de Awb, ongeacht de ontvankelijkheid van het bezwaar zelf. De Raad stelde dat de rechtbank moet toetsen of het bestuursorgaan tot een juist oordeel over de ontvankelijkheid van het bezwaar is gekomen.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond omdat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was. De zaak werd niet terugverwezen maar door de Raad zelf afgedaan. Er werden geen proceskosten toegekend, maar appellant kreeg het in hoger beroep betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd wegens terecht niet-ontvankelijk verklaard bezwaar.