ECLI:NL:CRVB:2006:AY4868
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling juiste vaststelling psychische belastbaarheid in WAO-uitkering
Appellant, voormalig internationaal chauffeur, is sinds 1988 arbeidsongeschikt door rug-, maag- en psychische klachten. Na toekenning van een WAO-uitkering werd zijn arbeidsongeschiktheid in 1998 herzien naar 45-55%. Appellant betwistte de vaststelling, met name de psychische belastbaarheid, en stelde dat deze werd onderschat.
Diverse deskundigen, waaronder de zenuwarts Van Zandvoort en de bezwaarverzekeringsarts Wind, concludeerden dat er weliswaar psychische beperkingen zijn, maar dat het vastgestelde arbeidsongeschiktheidspercentage deze beperkingen ruim dekt. De door appellant ingeschakelde deskundige Busard stelde een hogere mate van arbeidsongeschiktheid vast, maar zijn bevindingen werden door Wind en de Raad niet gevolgd vanwege onvoldoende objectivering.
De rechtbank en later de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het UWV de psychische belastbaarheid juist heeft vastgesteld. De Raad benadrukte dat appellant nooit psychiatrisch behandeld is en ondanks klachten jarenlang heeft kunnen werken. De grieven van appellant tegen de rapportage van de deskundige Zwarts werden verworpen. Het hoger beroep werd dan ook ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit tot vaststelling van de psychische belastbaarheid wordt bevestigd.