ECLI:NL:CRVB:2006:AY4825
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk
Appellante was sinds 1993 arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WAO-uitkering. Na meerdere medische en arbeidsdeskundige onderzoeken, waaronder rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, concludeerde het UWV dat appellante per 24 juni 2003 geschikt was voor haar werk als naaister.
Appellante voerde aan niet in staat te zijn voltijds te werken, onderbouwd met verklaringen van de Arbo-dienst, maar deze werden onvoldoende geacht. De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was, en dat de beperkingen van appellante niet leidden tot een urenbeperking.
De rechtbank had het bezwaar tegen intrekking van de uitkering ongegrond verklaard, en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De WAO-uitkering werd terecht ingetrokken omdat appellante weer geschikt was voor haar eigen werk.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd omdat zij per 24 juni 2003 geschikt was voor haar eigen werk.