ECLI:NL:CRVB:2006:AY4824
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.G.M. Simons
- J.G. Treffers
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Appellant ontving vanaf mei 1997 een bijstandsuitkering als alleenstaande. Bij een heronderzoek in juni 2003 bleek dat appellant tussen februari 2002 en juni 2003 regelmatig aanzienlijke bedragen op zijn girorekening stortte en opnam, wat het College deed vermoeden dat hij over verzwegen inkomsten beschikte.
Appellant kon geen bevredigende verklaring geven voor deze transacties. Hij stelde aanvankelijk dat het ging om gokopbrengsten en leningen aan vrienden en familie, later alleen nog leningen. De verklaringen van familie en bekenden werden niet overtuigend geacht, mede omdat de transacties zogenaamd contant waren en niet verifieerbaar.
Het College trok daarom het recht op bijstand over de periode februari 2002 tot mei 2003 in. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, en ook in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenplicht niet was nagekomen en dat het vermoeden van andere inkomsten niet was ontkracht.
Er waren geen dringende redenen om van intrekking af te zien. De Raad zag ook geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenplicht wordt bevestigd.