ECLI:NL:CRVB:2006:AY4813
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Ongeschiktheid betrokkene voor werk als kok wegens myogene pijn en fysieke beperkingen
Betrokkene was werkzaam als kok en meldde zich ziek wegens schouder-, rug- en hoofdpijnklachten. Na medisch onderzoek en een deskundigenrapport concludeerde de neuroloog dat betrokkene lijdt aan myogene pijn in nek, schoudergordel en rug, alsmede spanningshoofdpijn, met beperkingen die het tillen boven 15 kg en het aannemen van bepaalde houdingen onmogelijk maken.
De bezwaarverzekeringsarts vond geen evidente somatische afwijkingen, maar het rapport van de neuroloog werd door appellant niet langer bestreden. Een werkbeschrijving bevestigde dat het werk als kok zwaarder was dan de belastbaarheid van betrokkene toeliet.
De rechtbank vernietigde het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen dat betrokkene geschikt achtte voor zijn werk. De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak en veroordeelde appellant tot betaling van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Betrokkene is ongeschikt voor zijn werk als kok en appellant wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.