ECLI:NL:CRVB:2006:AY4625
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens andere oorzaak arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig receptioniste, ontving sinds 1996 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na intrekking van deze uitkering in 2000 wegens herstel, meldde zij zich opnieuw ziek in december 2000 vanwege een polsbreuk. Het UWV weigerde een nieuwe WAO-uitkering toe te kennen omdat de oorzaak van de nieuwe arbeidsongeschiktheid anders was dan de eerdere.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd overwogen dat er geen nieuwe medische gegevens waren die een andere beoordeling rechtvaardigden. Appellante stelde dat zij geen duurzaam benutbare arbeidscapaciteit had en verzocht subsidiair om benoeming van een medisch deskundige.
De Raad gaf het meeste gewicht aan het rapport van Kemperman, dat nauwkeurig aansloot bij het wettelijke arbeidsongeschiktheidsbegrip en geen psychiatrische ziekte vaststelde. Het verzoek tot benoeming van een deskundige werd afgewezen. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat er geen grond was voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid een andere oorzaak heeft dan waarvoor eerder een uitkering werd toegekend.