ECLI:NL:CRVB:2006:AY4011
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-toeslag met terugwerkende kracht en terugvordering
Appellanten, de erven en/of rechtverkrijgenden van betrokkene, stelden hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het beroep van betrokkene ongegrond verklaarde. Betrokkene ontving vanaf 1998 een AOW-pensioen met toeslag vanwege de jongere leeftijd van zijn echtgenote. Nadat de echtgenote in september 2000 de leeftijd van 65 jaar bereikte en zelfstandig recht kreeg op een ouderdomspensioen, heeft de Sociale verzekeringsbank (Svb) de toeslag met terugwerkende kracht ingetrokken vanaf 1 september 2000. Tevens werd het te veel betaalde bedrag van € 2.613,89 teruggevorderd.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 17 van Pro de AOW de Svb verplicht was de toeslag te herzien en in te trekken indien deze ten onrechte of te hoog was toegekend. De Raad onderschreef het beleid van de Svb om toeslagen met terugwerkende kracht te herzien en vond dat betrokkene wist dat hij geen recht meer had op toeslag. De brief van 16 augustus 2001 waarin de terugvordering werd aangekondigd, werd niet als een besluit in de zin van de Awb aangemerkt, waardoor het bezwaar hierover niet-ontvankelijk werd verklaard.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de aangevallen uitspraak en oordeelde dat de herziening en terugvordering rechtmatig waren. Er werden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 14 juli 2006.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de AOW-toeslag met terugwerkende kracht en verklaart het bezwaar tegen terugvordering niet-ontvankelijk.