ECLI:NL:CRVB:2006:AY3984
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Sociale verzekeringsbank over kinderbijslag derde kwartaal 2002 tot eerste kwartaal 2003
Appellant verzocht de Sociale verzekeringsbank (Svb) om herziening van een besluit waarbij hij niet langer als verzekerd werd aangemerkt voor de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). De Svb wees dit verzoek af omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd. Appellant overhandigde later aanvullende documenten die zijn ingezetenschap en verzekeringsstatus zouden moeten bevestigen.
De rechtbank oordeelde dat appellant geen nieuwe feiten had aangedragen die een herziening rechtvaardigen. In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat het besluit van 18 maart 2003 niet correct was bekendgemaakt aan de gemachtigde van appellant, waardoor de bezwaartermijn niet was aangevangen. Het bezoek van appellant aan de Svb op 2 juni 2003 werd als een prematuur bezwaar beschouwd, dat niet niet-ontvankelijk verklaard mocht worden.
De Raad concludeerde dat de door appellant overgelegde gegevens geen nieuwe feiten waren, maar dat de Svb bij het besluit van 18 maart 2003 had moeten beslissen over de kinderbijslagaanvraag voor het derde kwartaal 2002 tot en met het eerste kwartaal 2003. Omdat de Svb dit niet deed en de weigering niet motiveerde, werd het besluit vernietigd en werd de Svb opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd de Svb veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van de Sociale verzekeringsbank wordt vernietigd voor het derde kwartaal 2002 tot en met het eerste kwartaal 2003 en een nieuw besluit wordt bevolen.