ECLI:NL:CRVB:2006:AY3974
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig betalen griffierecht
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin zijn beroep niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. De Raad heeft het onderzoek ter zitting gehouden zonder dat appellant verscheen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) werd vertegenwoordigd.
De Raad constateerde dat ook in hoger beroep geen omstandigheden waren aangevoerd die konden aantonen dat appellant buiten zijn schuld het griffierecht niet tijdig kon betalen. De rechtbank had reeds vastgesteld dat het griffierecht niet was ontvangen, ook niet na het verstrijken van de termijn.
De Raad zag daarom geen reden om af te wijken van de eerdere beslissing en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring. Tevens werd overwogen dat geen gronden aanwezig waren om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.