ECLI:NL:CRVB:2006:AY3974

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 juli 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
04-1317 TW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig betalen griffierecht

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin zijn beroep niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. De Raad heeft het onderzoek ter zitting gehouden zonder dat appellant verscheen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) werd vertegenwoordigd.

De Raad constateerde dat ook in hoger beroep geen omstandigheden waren aangevoerd die konden aantonen dat appellant buiten zijn schuld het griffierecht niet tijdig kon betalen. De rechtbank had reeds vastgesteld dat het griffierecht niet was ontvangen, ook niet na het verstrijken van de termijn.

De Raad zag daarom geen reden om af te wijken van de eerdere beslissing en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring. Tevens werd overwogen dat geen gronden aanwezig waren om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.

Uitspraak

04/1317 TW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (Marokko) (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 januari 2004, 02/3302 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 14 juli 2006
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en desgevraagd nadere stukken ingezonden.
De Raad heeft de rechtbank informatie gevraagd, die op 18 april 2006 is verstrekt.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 juni 2006. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A. Anandbahadoer.
II. OVERWEGINGEN
De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak appellants beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de daarvoor gestelde termijn was betaald.
Desgevraagd heeft de rechtbank medegedeeld dat het griffierecht ook na het verstrijken van bedoelde termijn niet is ontvangen.
(Ook) in hoger beroep heeft appellant geen enkele omstandigheid aangevoerd die tot het oordeel zou kunnen leiden dat hij buiten staat is geweest het griffierecht tijdig te betalen. Evenals de rechtbank ziet de Raad dan ook geen aanknopingspunten voor het oordeel dat appellant niet in verzuim is geweest.
De uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.H. Broier als griffier, uitgesproken in het openbaar op 14 juli 2006.
(get.) M.M. van der Kade.
(get.) P.H. Broier.
GdJ