ECLI:NL:CRVB:2006:AY3968
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Vergoeding wettelijke rente en proceskosten na herziening WAO-uitkering
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering per 19 augustus 2003 in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen en wees schadevergoeding af. In hoger beroep trok het UWV het bezwaarbesluit in en stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 80-100%.
De Raad concludeerde dat appellant geen procesbelang meer had bij het hoger beroep en verklaarde dit niet-ontvankelijk. Wel veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van wettelijke rente over de na te betalen uitkering, conform eerdere jurisprudentie.
Daarnaast oordeelde de Raad dat het UWV de kosten van rechtsbijstand in bezwaar en hoger beroep moest vergoeden, begroot op €966,-, en het betaalde griffierecht van €102,-. Dit op grond van de onrechtmatigheid van het oorspronkelijke besluit en de toepasselijke bepalingen in de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Uitkomst: Hoger beroep niet-ontvankelijk; UWV veroordeeld tot vergoeding wettelijke rente en proceskosten.