ECLI:NL:CRVB:2006:AY3960
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens termijnoverschrijding
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar deed dit niet binnen de wettelijke beroepstermijn van zes weken. De Raad stelde vast dat het beroepschrift pas op 23 maart 2005 werd ingediend, terwijl de termijn op 6 januari 2005 was geëindigd.
Appellant verwees naar aangetekende brieven en een telefonisch contact met de rechtbank om het late indienen te rechtvaardigen, maar kon geen bewijs leveren van een eerder ingediend beroepschrift in december 2004. De Raad oordeelde dat het ontbreken van bewijs voor risico van appellant komt.
De Raad handhaafde de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep en verklaarde het verzet ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen.