ECLI:NL:CRVB:2006:AY3918
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens verwijtbaar gedrag en beëindiging dienstverband
Betrokkene was werkzaam als stationsmanager op basis van een tijdelijk contract dat niet werd verlengd. Appellant weigerde de WW-uitkering omdat betrokkene zich verwijtbaar had gedragen, onder meer door het niet naleven van veiligheidsvoorschriften omtrent het ophalen van een geldkoffer, het zonder overleg aannemen van personeel, het niet reageren op e-mails en het zonder mededeling afwezig zijn vanwege detentie.
De rechtbank had het beroep van betrokkene gegrond verklaard en de weigering van de uitkering vernietigd, stellende dat onvoldoende was vastgesteld dat betrokkene laakbaar had gehandeld en dat de werkgever onvoldoende had aangetoond welke regels waren overtreden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat betrokkene als stationsmanager verantwoordelijk was voor naleving van veiligheidsvoorschriften en dat hij de geldkoffer onrechtmatig op maandagavond klaarzette, terwijl dit pas dinsdag na 9 uur mocht. Dit verwijtbare gedrag was voldoende om te begrijpen dat zijn contract niet zou worden verlengd. De Raad vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Daarnaast oordeelt de Raad dat betrokkene niet in zijn procesbelangen is geschaad door het niet opnieuw confronteren met gegevens van de werkgever na de hoorzitting, omdat deze gegevens niet wezenlijk nieuw waren. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De weigering van de WW-uitkering wordt gehandhaafd wegens verwijtbaar gedrag van betrokkene dat tot beëindiging van het dienstverband leidde.