ECLI:NL:CRVB:2006:AY3770
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- K.J.S. Spaas
- R.C. Stam
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid inleidend beroep wegens ontbreken van bezwaar tegen UWV-besluit
Appellante verzocht het UWV om uitbetaling van een vermeende niet-uitgekeerde WAO-uitkering over de periode van 12 april 1996 tot 30 juni 1999. Het UWV reageerde met een brief waarin werd medegedeeld dat het bezwaar niet in behandeling wordt genomen vanwege een eerdere bezwaarprocedure in 2000, die door appellante was ingetrokken. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante onbevoegd omdat de brief van het UWV geen besluit in de zin van de Awb was.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat appellante eerst bezwaar had moeten maken tegen het UWV-besluit, conform artikel 7:1 Awb Pro, en dat het inleidend beroep bij de rechtbank daarom niet-ontvankelijk is. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en beveelt dat het ingediende beroepschrift wordt doorgezonden aan het UWV om als bezwaarschrift te worden behandeld.
De Raad merkt op dat het UWV bij de behandeling rekening mag houden met eerdere onherroepelijke beslissingen over de uitbetaling. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend aan appellante omdat daarvoor geen grond is aangetoond. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 4 juli 2006.
Uitkomst: Het inleidend beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroepschrift wordt doorgezonden als bezwaarschrift aan het UWV.