ECLI:NL:CRVB:2006:AY3603
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en passendheid functies bij WAO-uitkering
Appellante, een werkloze wasserijmedewerkster, meldde zich ziek in 2001 en ontving aanvankelijk een Ziektewetuitkering. Na haar zwangerschap en aansluitend ziekteklachten weigerde het UWV haar een WAO-uitkering toe te kennen omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. De bezwaararbeidsdeskundige concludeerde dat ondanks het vervallen van enkele functies, er voldoende passende functies overbleven. Appellante voerde aan dat haar pijnklachten ernstiger waren en dat de functies te belastend waren, mede door haar beperkte beheersing van de Nederlandse taal. De rechtbank en de Raad oordeelden echter dat de medische beperkingen niet onderschat waren en dat de functies passend waren. Wel werd het besluit vernietigd vanwege onvoldoende transparantie in de motivering, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.