ECLI:NL:CRVB:2006:AY3588
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WAO-uitkering en actualiteit van functies bij arbeidsongeschiktheidsschatting
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering per 30 juli 2001 in te trekken vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank had het besluit vernietigd omdat zij van oordeel was dat het UWV onterecht functies als monteur en printmonteur had betrokken bij de schatting van de arbeidsongeschiktheid.
Het UWV stelde vervolgens een nieuw besluit vast waarin appellant een WAO-uitkering werd toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Appellant voerde aan dat de gebruikte functies niet actueel waren en dat hij volledig arbeidsongeschikt was. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek en de gebruikte functies adequaat en actueel waren, waarbij ook de opvattingen van de behandelend artsen waren betrokken.
De Raad verklaarde het hoger beroep tegen de eerdere uitspraak van de rechtbank niet-ontvankelijk omdat appellant geen rechtens te beschermen belang meer had. Tevens werd het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond verklaard. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het nieuwe UWV-besluit ongegrond, met toewijzing van proceskosten aan appellant.