ECLI:NL:CRVB:2006:AY3546
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen beëindiging bijstandsuitkering wegens termijnoverschrijding
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam om zijn recht op bijstand te beëindigen wegens het ontbreken van een geldige verblijfsstatus. Het bezwaar werd echter niet tijdig ingediend. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en wees het beroep van appellant af.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze beslissing. De Raad overwoog dat de onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal door appellant geen reden is voor een verschoonbare termijnoverschrijding, aangezien appellant tijdig actie had kunnen ondernemen om het besluit te laten vertalen of rechtshulp in te schakelen.
Daarnaast oordeelde de Raad dat de brief van 19 april 2004 waarin het College bevestigde dat er geen nieuwe informatie was, geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is en daarom niet ontvankelijk kon worden verklaard. De Raad zag geen aanleiding om de proceskosten aan het College toe te wijzen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit tot beëindiging van de bijstand wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.