ECLI:NL:CRVB:2006:AY0425
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. Van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering in te trekken per 20 januari 2003, omdat haar arbeidsongeschiktheid volgens het UWV minder dan 15% bedroeg. De rechtbank Leeuwarden had dit besluit eerder bevestigd.
In hoger beroep betwist appellante de medische grondslag van het besluit en voert zij een rapport aan van een psychiater/psychotherapeut die haar vanwege een depressieve stoornis niet in staat achtte de geselecteerde functies voltijds te vervullen. Het UWV reageerde met een rapport van een bezwaarverzekeringsarts die stelde dat er nauwelijks sprake was van psychische problematiek en dat de psychiater onvoldoende objectief had gehandeld.
De Raad oordeelt dat de schattingsbesluiten, mede gelet op de hogere eisen aan verslaglegging en motivering van het CBBS, toereikend zijn gemotiveerd. De Raad ziet geen aanleiding voor een ander oordeel dan de rechtbank en bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering. Er is geen aanleiding voor nader medisch onderzoek of toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.