ECLI:NL:CRVB:2006:AY0253
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling maatmaninkomen en pensioenvoorziening dga voor WAO-kortingen 1997-1998
Appellant, directeur-grootaandeelhouder (dga) van een vennootschap, maakte bezwaar tegen de vaststelling van zijn maatmaninkomen en inkomsten uit arbeid voor de jaren 1997 en 1998 in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Het Uwv had kortingen en terugvorderingen vastgesteld op basis van artikel 44 van Pro de WAO, waarbij onder meer pensioenreserveringen en bepaalde loonposten waren betrokken.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard en geoordeeld dat de inverdienregeling, waarbij winst werd geboekt door de vennootschap en niet aan appellant was uitbetaald, niet in aanmerking moest worden genomen. Tevens werd bevestigd dat pensioenreserveringen over de jaren 1983-1985 terecht bij het maatmaninkomen waren betrokken en dat bepaalde loonposten, zoals “reserve afkoop” en “IGP-voorziening”, wel als loon moesten worden beschouwd.
In hoger beroep heeft appellant zijn bezwaren herhaald en toegelicht, onder meer met een overzicht van geconsolideerde jaarrekeningen en een rapport van een registerarbeidsdeskundige. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en benadrukte dat bij de vaststelling van het maatmaninkomen van een dga moet worden uitgegaan van het loon dat hij in de vennootschap verdiende. De Raad bevestigde dat pensioenreserveringen direct of indirect voordeel voor appellant als dga vormen en dat de systematiek van de WAO leidend is bij de vaststelling van inkomsten uit arbeid.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de aangevallen uitspraak en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het verzoek om uitstel van de zitting door het Uwv werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onmogelijkheid tot verschijning van een andere gemachtigde.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtbankuitspraak en verklaart het beroep van appellant ongegrond.