ECLI:NL:CRVB:2006:AY0202
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-pensioen wegens gezamenlijke huishouding
Appellant ontving sinds 1 november 2002 een AOW-pensioen berekend naar de norm voor een ongehuwde. De Sociale verzekeringsbank (Svb) herzag dit pensioen per 1 november 2003 naar de norm voor een ongehuwde die een gezamenlijke huishouding voert, omdat appellant en [S.] hun hoofdverblijf deelden en blijk gaven van wederzijdse zorg.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant tegen deze herziening ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen sprake was van een zakelijke huurrelatie, maar van een gezamenlijke huishouding, mede vanwege het gebruik van vrijwel alle vertrekken door [S.] en de lage huurprijs die als bijdrage in de huishoudkosten werd gezien.
Verder concludeerde de Raad dat er sprake was van wederzijdse verzorging, zoals gezamenlijke boodschappen, maaltijden, huishoudelijke taken en zorg bij ziekte. De stelling van appellant dat de checklist onjuist was, werd niet onderbouwd. De Raad bevestigde daarom het besluit van de Svb en de uitspraak van de rechtbank, en wees het beroep van appellant af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening van het AOW-pensioen wegens gezamenlijke huishouding bevestigd.